Aankomen in het hier en nu

Deze werkvorm bestaat uit twee delen: een fysiek en een mentaal deel. Je kunt ze na elkaar doen, of alleen kiezen voor 1 van de 2.

Fysiek: hooligan

Maak een kring en ga er zelf tussen staan. Jullie gaan een oefening doen waarbij je alles van je afgooit wat je niet nodig hebt de komende uren tijdens deze bijeenkomst. Doe rustig voor wat de bedoeling is (alle bewegingen 1x, en de aantallen uit: 16, halveren naar 8, halveren naar 4, etc)). Roep iedereen op hardop mee te tellen in een lekker hoog tempo. En wanneer de aantallen afnemen, gaat het tempo vanzelf verder omhoog. Eindig met een harde yel, bijvoorbeeld YEAH, of NUL.

  1. sla 16 keer met je rechter hand naar de grond in het midden van de kring, daarna 16 keer met je linker hand. Schop dan 16 keer met je rechter voet naar de grond in het midden van de kring en daarna 16 keer met je linker voet. Tel daarbij hardop en hou de vaart erin: vier keer van 1 tot en met 16
  2. ga direct door, nu alles 8 keer – je telt dus vier keer hardop van 1 tot en met 8
  3. nog een keer, nu alles 4 keer – tel vier keer hardop van 1 tot en met 4
  4. idem, nu alles 2 keer – tel vier keer hardop 1, 2
  5. laatste rondje: alles 1 keer – je zegt vier keer 1
  6. je eindigt met een yel: zet een stap naar voren, beide handen in de lucht en roep ‘YEAH’ of ‘NUL”

Mentaal: geleide visualisatie

Iedereen gaat zitten, voeten naast elkaar op de grond, handjes losjes in de schoot. Laat de ogen sluiten of (onscherp) richten op een punt op de grond voor je. Vertel dat je de deelnemers meeneemt op een reis door deze dag.

  • Ga in gedachten terug naar het moment van ontwaken: hoe word je wakker – vanzelf, door de wekker, van een ander geluid of nog anders, hoe lig je in bed, wat gaat er door je heen. Hoe is je stemming: heb je zin om op te staan of blijf je liever nog even liggen
  • Je bent daarna opgestaan, hebt wellicht gedoucht, je aangekleed, al dan niet ontbeten. Ga in gedachten terug en beleef het opnieuw met zoveel mogelijk details. Wat zie je, hoor je, ruik je, proef je, voel je. Welke gedachten en emoties gaan er door je heen.
  • Daarna ben je van huis gegaan. Lopend, fietsend, met de auto, met bus of trein of ander openbaar vervoer. Alleen of met iemand anders. Ga in gedachten terug en beleef het opnieuw met zoveel mogelijk details. Wat zie je, hoor je, ruik je, proef je, voel je. Welke gedachten en emoties gaan er door je heen.
  • Je hebt vandaag wellicht van alles gedaan en ervaren. Ga in gedachten alles nog eens langs. Waar ben je geweest, wat heb je gedaan, met wie. Wat zag je, hoorde je, rook je, proefde je, voelde je. Welke gedachten en emoties hoorden daarbij.
  • Op enig moment ben je op weg gegaan naar hier. Met welk vervoermiddel? Hoe was de reis? Hoe was je stemming: had je er zin in, zag je ergens tegenop, wat was je verwachting. Beleef ook dit opnieuw in zo veel mogelijk details.
  • Je kwam aan op deze locatie, in deze ruimte. Wat was je indruk? Ga in gedachten terug naar dat moment en beleef dan opnieuw wat er hier al allemaal is gebeurd in zoveel mogelijk details. Wat zie je, hoor je, ruik je, proef je, voel je. Welke gedachten en emoties gaan er door je heen.
  • En dan ben je in het hier en nu beland. Kom met je aandacht terug in je lichaam. Haal een paar keer wat dieper adem: in door je neus, uit door je mond. Voel hoe je zit op je stoel – je voeten naast elkaar op de grond, je handen losjes in je schoot. Beweeg je handen en voeten. Rek je eens lekker uit. Open dan je ogen en maak met iedereen oogcontact. Welkom.