Wie is de baas in jouw praktijk?

office team

Als praktijkhouder ben je niet opgeleid als leidinggevende. Veel praktijkhouders weten niet goed hoe ze leiding moeten geven. Sommigen hopen dat het allemaal een beetje vanzelf loopt. Anderen gaan zich bazig gedragen. Hoe draag je leiderschap uit? 

‘We hadden een airco aangeschaft. Één van onze praktijkassistentes deed hem tussen de middag steeds uit. Ze dacht ons daarmee kosten te besparen, omdat het apparaat veel stroom verbruikt.’

Medewerkers in de huisartsenpraktijk zijn over het algemeen zeer betrokken: bij hun collega’s, bij de praktijk en bij de patiënten. Grote betrokkenheid komt voort uit goede bedoelingen, maar té grote betrokkenheid leidt tot verwarring over wie de leiding heeft.

‘We hadden een teammiddag georganiseerd met een extern begeleider. Onze praktijkondersteuner was het niet eens met één van de programmaonderdelen en vreesde dat de we tijd en geld zouden verspillen. Zonder overleg met ons belde ze met de begeleider om het programma aan te laten passen.’

In bovenstaande voorbeelden dragen de praktijkhouders hun leiderschap onvoldoende uit en hebben de medewerkers het roer overgenomen. Zij tonen grote betrokkenheid. Ze willen voorkomen dat de praktijk onnodig op kosten gejaagd wordt. Ze hebben het beste voor met de praktijk en nemen een leiderschapsplek in – een plek die kennelijk vacant was.

De oplossing is simpel, en niet altijd eenvoudig uit te voeren. De opdracht aan de praktijkhouder is: neem je plek weer in. Effect: je medewerker ziet dat er weer leiding is en voelt zich niet meer verantwoordelijk voor de hele praktijk. Je medewerker kan weer medewerker zijn.

  • Stap 1: Erken en waardeer de inzet en goede bedoelingen van de medewerkers.
  • Stap 2: Benoem jullie hiërarchische relatie en stel duidelijke grenzen.

Wil je het evenwicht herstellen dan zijn beide stappen nodig. Waarom? Lees even mee.

Gevolgen alleen stap 1
Geef je expliciete erkenning en waardering voor de inzet (stap 1), maar stel je geen grenzen (stap 2)? Dan versterk je juist het gedrag van de medewerker: je stimuleert de bemoeienis en bevestigt dat die nodig is.

Gevolgen alleen stap 2
Laat je zien wie de baas is (stap 2), maar vergeet je de goede bedoelingen van de medewerker te erkennen en zijn inzet te waarderen (stap 1)? Dan is de medewerker boos. Ze voelt zich miskend, ondergewaardeerd en afgewezen.

Doorbreek het patroon dat is ontstaan. Wees consequent in het gedrag dat je laat zien. Blijf steeds de goede bedoeling en betrokkenheid waarderen en tegelijkertijd het gedrag benoemen als ongepast. Maak duidelijk, meer nog met je gedrag dan met woorden, dat jíj de praktijkhouder bent en beslissingen neemt.

 

Deel je ervaringen

Welke ervaringen heb jij met medewerkers die te ver gingen in hun betrokkenheid? En hoe heb jij dat opgelost? Deel je ervaringen in het commentaarveld.

 

foto: icecairo