Negen tips om het geleerde in de praktijk te brengen

Na een workshop, training of cursus zit je vol goede voornemens om het vanaf nu anders en beter aan te pakken. De eerste tijd lukt dat vaak nog vrij aardig. En toch glij je vaak vervolgens bijna ongemerkt terug in de oude patronen. Herkenbaar?

In mijn vorige blog legde ik uit waarom: iets nieuws leren kost moeite, oude gewoontes afleren nog veel meer. Ik gaf al een paar adviezen om uit de valkuilen te blijven. Deze keer concrete tips om wel succesvol te implementeren.

Tijdens de workshop, training of cursus

Om het geleerde te kunnen implementeren is het van belang dat je bewust een link legt tussen je dagelijkse werk en de workshop, training of cursus die je gaat volgen. Zowel voorafgaan / aan het begin als aan het eind.

1. heb een doel

Ooit hoorde ik een trainer vertellen: ‘Als je naar een training komt zonder doel, zul je dat waarschijnlijk bereiken’. Jezelf een doel stellen kun je vergelijken met het ingeven van je bestemming in navigatie-apparatuur. Het geeft richting en zorgt dat je op de goede weg blijft. Je bent bewuster bezig met de stof en vooral met de vraag op welke manier dit jou zal helpen.

Vaak wordt er door de trainer een doel gesteld. Je kunt dat doel gewoon overnemen. Daarnaast kun je ook je persoonlijke doel formuleren: wanneer is deze workshop, training of cursus voor jou geslaagd? Wat wil je er minimaal uithalen?

2. aantekeningen maken

We overschatten ons vermogen dingen te onthouden. Een bekende vuistregel over het onthouden van informatie is deze:

  • 20% van wat we lezen of horen
  • 50% van wat we doen
  • 100% van wat we zelf ontdekken

Tijdens een workshop, training of cursus komt er vaak veel informatie op je af, zowel door wat de trainer aanbiedt als door hoe je dat zelf verwerkt. Aan het einde weet je niet altijd meer wat er aan het begin gebeurde. Laat staan een paar weken later. En dat is jammer. Door aantekeningen te maken, zet je de stap van horen naar doen, waardoor je al meer onthoudt. Bovendien kun je later nog eens opzoeken of nalezen hoe het ook al weer zat.

Naast aantekeningen over de stof (die je vaak overigens ook als handout krijgt), is het nog veel belangrijker om je INZICHTEN en VOORNEMENS te noteren: deze zorgen namelijk dat je in actie komt (zie ook punt 4).

3. spreek je uit

Hardop vertellen wat je van plan bent, maakt de kans veel groter dat het je lukt dit ook uit te voeren. Je geloofwaardigheid komt immers in het geding als je het niet doet. En de mensen aan wie je je plannen verteld hebt, kunnen je helpen je doel te bereiken. Door je scherp te houden, door met je te sparren, etc. En dat geldt omgekeerd natuurlijk ook: jullie zitten in hetzelfde bootje.

Wanneer je met (een deel van) je team een workshop, training of cursus volgt, heb je hen op deze manier allemaal betrokken. Wanneer je team er niet bij was, vertel ze er dan tijdens het volgende teamoverleg over.

In de praktijk

De workshop, training of cursus is voorbij, nu begint het pas.

4. maak een plan

Concrete acties kunnen meteen uitgevoerd worden. Nieuw gedrag kun je meteen toepassen. Andere ideeën hebben wellicht wat uitwerking nodig: maak daar tijd voor. En maak het concreet: wie doet wat wanneer (en eventueel hoe).

Dit geldt ook als de voornemens alleen betrekking hebben op jezelf. In dat geval maak je uiteraard je eigen plan. Geef ook jezelf een deadline.

5. vast agendapunt

Bespreek tijdens het werkoverleg de voortgang van de verschillende acties. Wat gaat er goed, wat is er gelukt, welke successen zijn er te vieren? Stuur waar nodig bij. Wat kan nog beter, wat is daarvoor nodig? Hou het steeds concreet: wie doet wat wanneer en eventueel hoe.

Wanneer niet het hele team betrokken is, kun je uiteraard in een kleiner verband overleggen. Wanneer het alleen jezelf betreft, vind dan iemand om van tijd tot tijd de stand van zaken mee te bespreken. Bijvoorbeeld een collega of leidinggevende.

6. evalueer na 3 maanden

In welke mate zijn de plannen uitgevoerd? Wat ging er goed, wat was nog lastig, wat is er nodig om verder te komen? En wat is het effect op het doel dat je vooraf gesteld had (zie punt 1).

7. buddy

Samen weet en kun je meer dan alleen. Een buddy is iemand met wie je laagdrempelig en informeel kunt sparren over hoe het gaat. Dat kan iemand zijn met wie je de workshop, training of cursus volgde of juist niet. Zie ook punt 3 en 5.

8. help jezelf herinneren

Een bekende vuistregel is  dat het 30 dagen duurt om nieuw gedrag ‘in te slijpen’. 30 dagen waarin je bewust kiest voor het nieuwe en niet voor het oude gedrag. Tot het vanzelf gaat. Help jezelf en elkaar herinneren aan het nieuwe. Dat kan electronisch / digitaal, door bijvoorbeeld meldingen in je agenda of telefoon, een passende achtergrond voor je bureaublad etc. Of fysiek, bijvoorbeeld met een briefje op de spiegel, een post-it op je computer of een knoop in je zakdoek. Kijk wat bij jou en bij jullie past.

9. ga het gewoon doen!

Veruit de belangrijkste tip: ga het gewoon doen. Probeer uit, ervaar wat werkt en wat niet, stel bij en leer.

gewoon doen!En nu jij

Wat zijn jouw tips en trucs om veranderen makkelijker te maken? Deel het hieronder.

 

Foto: markusgann /123RF Stockfoto